Het orgel in Haringe

 

Lees hier het artikel uit de Stadskrant Poperinge: PRONKSTUK MET INTERNATIONALE FAAM

 

Het Historisch van Peteghemorgel HARINGE


L’orgue historique de la famille Van Peteghem à HARINGE


Lambert-Benoit en Pieter van Peteghem Sint-Martinuskerk Haringe 1778

Een uniek historisch instrument
Het orgel werd gebouwd in 1778 en vormt als rococo-instrument een uniek geheel. Het betekent een hoogtepunt in de orgelmakerskunst van de familie Van Peteghem die tussen 1776 en 1787 het Vlaamse orgellandschap verrijkte met een aantal orgels die op estetisch gebied tot het beste behoren van wat er toendertijd werd gemaakt.


Uit die periode is het orgel van Haringe ongetwijfeld het best bewaarde instrument. Het overleefde niet alleen door zijn stevige constructie maar ontsnapte ook aan de verschillende smaken die sindsdien in de orgelbouw heersten. Het orgel werd nooit omgebouwd en de verschillende registers werden niet aangepast aan de nieuwe smaak. Bovendien heeft het een uitgebreide dispositie. De combinatie van al deze elementen maakt dit orgel tot
een uniek stuk uit ons orgelpatrimonium. Tussen 1993 en 1994 werd het orgel hersteld door J.P. Draps en G. Potvlieghe onder toezicht van Monumentenzorg (Dhr. Fouconnier en P. Roose).


De Familie Van Peteghem
Het orgel werd gebouwd door Pieter en Lambert-Benoit Van Peteghem. Pieter Van Peteghem werd geboren te Wetteren op 24 januari 1708 als zoon van een brouwer. Meer dan één toekomstig orgelmaker deed de interesse voor het vak op toen in zijn parochiekerk werken aan het orgel plaatsvonden: zo ook in Wetteren waar de Antwerpenaar G. Davit bij de Van Peteghems logeerde en Pieter de eerste beginselen van de orgelbouwkunde bijbracht. Na een verdere bekwamingsperiode bij de illustere Jean-Baptiste Forceville te Antwerpen en Brussel vestigde Pieter Van Peteghem zich zelfstandig in Gent, omstreeks 1733.


Vanaf 1740 ongeveer begon hij aan een merkwaardige reeks scheppingen in Vlaanderen. Naarmate zijn atelier uitbreiding nam, en ook zijn zonen mee begonnen werken, werd het werkterrein uitgebreid tot het huidige Frans- Vlaanderen, Zeeuws-Vlaanderen en het toenmalige Brabant. De oudste zoon, Ægidius-Franciscus Van Peteghem, geboren te Gent op 27 maart 1737 en er gestorven op 5 maart 1797, bleek zeer ambulant en reef bestellingen binnen voor het Gentse atelier tot diep in Brabant en Noord- Brabant, thans Nederland. De tweede zoon, Lambert-Benoit Van Peteghem, eveneens geboren te Gent op 5 maart 1742 en er gestorven op 5 september 1807, stond van jongsaf aan de werktafel.


In 1776 was Pieter Van Peteghem te oud geworden om nog vaak op het terrein te gaan werken en associeerde hij zich contractueel met zijn zoon Lambert-Benoit. Van toen af zijn veel bouwcontracten ondertekend met ‘L.B. Van Peteghem et Père’. Pieter bleef immers actief in het atelier tot aan zijn plotse dood op 4 juni 1787.


Het is tussen genoemde data, 1776 en 1787, dat het hoogtepunt ligt in de productie van de Van Peteghem-dynastie.


De Orgelkasten en het snijwerk
Uit vroegere rekeningen vernemen we dat een zekere Pieter Kockenpo de orgelkasten – zonder het snijwerk – leverde voor de som van 350 Franse kroonstukken. Het snijwerk werd verzorgd door Jan Elshoecht. Dit was een beeldhouwer uit Sint-Winoksbergen. Aan hem moet waarschijnlijk ook de opvatting van het bouwkundig plan worden toegeschreven. Het orgel werd gebouwd in opdracht van Pastoor Vormezele die schreef dat het geheel “verre boven 5000 (bijna 6000) gulden” had gekost. Het werd voor het eerst bespeeld op 17 april 1779, twee dagen voor het afsterven van de zieke pastoor.


Un instrument historique unique
Cet orgue rococo a été construit en 1778 et forme un ensemble absolument unique. Il représente l’apogée de l’art de la famille Van Peteghem qui, entre 1776 et 1787, a enrichi le paysage de l’orgue flamand avec ce qui, dans le domaine de l’esthétique, peut être considéré comme ce qui s’est fait de mieux à cette époque.


De cette période, l’orgue de Haringe est indubitablement l’instrument le mieux conservé. Il a survécu grâce à sa solide construction ; d’autre part, il a échappé aux adaptations à différentes esthétiques qui ont prévalu ultérieurement dans la facture d’orgue. L’orgue n’a jamais été transformé et les différents registres n’ont pas été adaptés à de nouvelles modes. En outre sa disposition est étendue. La combinaison de tous ces éléments fait de cet orgue une pièce unique du patrimoine d’orgue flamand.


En 1993-1994, l’orgue a été restauré par J.P. Draps et G. Potvlieghe sous le contrôle du service pour la sauvegarde des monuments ‘Monumentenzorg’ (Fouconnier et Roose).

La Famille Van Peteghem
L’orgue a été construit par Pieter et Lambert-Benoit Van Peteghem. Né le 24 janvier 1708 à Wetteren, Pieter Van Peteghem était le fils d’un brasseur. Comme plus d’un futur facteur d’orgues, Pieter conçut de l’intérêt pour le métier lorsque des travaux furent entrepris sur l’orgue de son église paroissiale : le facteur anversois G. Davit logea alors chez les Van Peteghem à Wetteren et enseigna à Pieter les premiers rudiments de la facture d’orgues. Après une période de formation plus poussée auprès de l’illustre organier Jean-Baptiste Forceville à
Anvers et à Bruxelles, Pieter van Peteghem s’installa vers 1733 comme facteur indépendant à Gand.


A partir de 1740, il commença une série de créations remarquables en Flandre. Lorsque son atelier s’agrandit et que ses fils commencèrent à le seconder, il élargit son périmètre d’action aux territoires actuels de la Flandre française, de la Flandre zélandaise et au Brabant de l’époque.


Son fils aîné, Ægidius-Franciscus Van Peteghem, né à Gand le 27 mars 1737 et y décédé le 5 mars 1797, se déplaçait volontiers et engrangeait pour l’atelier gantois des commandes jusque loin dans le Brabant et le Brabant du Nord (actuellement province des Pays-Bas). Le second fils, Lambert-Benoit Van Peteghem, né également à Gand le 5 mars 1742 et y décédé le 5 septembre 1807, travaillait dans l’atelier dès son plus jeune âge.


En 1776 Pieter Van Peteghem était devenu trop âgé pour se rendre encore souvent sur place et il s’associa par contrat avec son fils Lambert-Benoît. A partir de cette date, de nombreux contrats de construction furent signés “L.B. Van Peteghem et Père”. En effet, Pieter resta actif dans l’atelier jusqu’à sa mort subite le 4 juin 1787. Entre ces deux dates, 1776 et 1787, se situe l’apogée de la production de la dynastie des Van Peteghem.


Les buffets d’orgue et les sculptures
Des documents comptables anciens nous apprennent qu’un nommé Pieter Kockenpo a livré les buffets d’orgue – sans les sculptures – pour la somme de 350 couronnes françaises. Les sculptures sont de la main de Jan Elshoecht, un sculpteur établi à Bergues. C’est sans doute à ce dernier que l’on doit la conception du plan de construction. L’orgue a été construit sur ordre du curé Vormezele, qui a écrit que le coût avait “largement dépassé les 5000 florins ; en fait presque 6000”.
Le concert d’inauguration a eu lieu le 17 avril 1779, deux jours avant le décès du curé malade.

 

  

 

 

RESERVEREN KAN HIER